Drijvende batterijen bieden alternatief voor emissievrije binnenvaart
Slechts 30% van ligplaatsen heeft walstroom

Netcongestie en infrastructuurbeperkingen remmen de uitrol van walstroom in Vlaanderen af. Uit het VIL-project Floating Battery blijkt dat vandaag slechts 30% van de ligplaatsen geschikt is voor vaste walstroom. Daardoor blijft een groot deel van de binnenvaart tijdens lig- en wachtperiodes afhankelijk van fossiele energie. Drijvende batterijen bieden volgens het eindrapport een flexibel en duurzaam alternatief, waarmee binnenschepen ook op locaties waar geen walstroominfrastructuur beschikbaar is van elektriciteit kunnen worden voorzien.
Groot deel binnenvaart blijft afhankelijk van diesel
Tijdens lig- en wachtperiodes draaien binnenschepen vandaag vaak nog op dieselgeneratoren, met lawaai en uitstoot van CO₂, stikstof en fijnstof tot gevolg. Walstroom, waarbij schepen elektriciteit via een aansluiting aan de kade afnemen, biedt een duurzamer alternatief, maar is in de praktijk slechts beperkt haalbaar.
Uit het onderzoek binnen het project Floating Battery blijkt dat ongeveer 70% van de ligplaatsen vandaag niet in aanmerking komt voor walstroom, onder meer door netbeperkingen, beperkte ruimte voor bijkomende infrastructuur en hoge investeringskosten.
“Dat betekent dat een groot deel van de binnenvaart voorlopig aangewezen blijft op fossiele energie,” zegt Sven Geysels, projectleider bij VIL. “Met drijvende batterijen maken we emissieloze binnenvaart wél mogelijk op locaties waar klassieke infrastructuur niet haalbaar is. Dit kan een doorbraak betekenen voor de verduurzaming van de sector.”
Energie naar het schip brengen in plaats van omgekeerd
Het principe van drijvende batterijen is eenvoudig maar doeltreffend: in plaats van schepen naar een vaste energiebron te brengen, wordt de energie naar het schip gebracht. De batterijsystemen worden op pontons geplaatst, aan wal opgeladen en vervolgens ingezet om binnenschepen lokaal van elektriciteit te voorzien.
Zo kunnen schepen ook op locaties zonder vaste energie-infrastructuur gebruikmaken van duurzame energie.
Deze aanpak speelt in op de huidige uitdagingen in de sector, zoals netbeperkingen, beperkte fysieke ruimte langs kades voor extra installaties en de toenemende elektrificatie van de binnenvaart.
Sterk potentieel in de praktijk
De analyse binnen het project toont aan dat drijvende batterijen technisch haalbaar zijn en ook operationeel potentieel hebben.
Een gemiddeld aangemeerd schip verbruikt ongeveer 7 kW, vergelijkbaar met het elektriciteitsverbruik van enkele huishoudens. In regio’s zoals Antwerpen liggen bovendien vaak meerdere schepen tegelijk aangemeerd, soms tot enkele tientallen, en blijven ze daar uren tot dagen liggen.
Die combinatie maakt het mogelijk om met mobiele batterijsystemen op een flexibele manier energie te leveren waar en wanneer die nodig is.
Flexibel alternatief voor havens en terminals
Voor havens, terminals en andere logistieke spelers bieden drijvende batterijen nieuwe mogelijkheden om in te spelen op de energievraag, zonder zware investeringen in vaste infrastructuur.
Daarnaast opent de technologie perspectieven voor bredere toepassingen, zoals het ondersteunen van batterij-elektrisch varen of het tijdelijk voorzien van energie op andere locaties.
Technologie beschikbaar, verdere uitwerking nodig
Het project, uitgevoerd door VIL in samenwerking met kennispartner Sirris en een brede groep bedrijven uit de logistieke, maritieme en energiesector, bevestigt dat de technologie vandaag al beschikbaar is. Tegelijk vraagt het concept nog verdere verfijning en afstemming binnen de sector om grootschalige uitrol mogelijk te maken.
Belangrijke aandachtspunten blijven onder meer de initiële investeringskost, de operationele organisatie en de nood aan een aangepast regelgevend kader. Ook rond veiligheid, certificering en verzekerbaarheid is verdere afstemming nodig.